Mr. Van Driel lid van de VAAN

Met ingang van 29 september 2017 is mr. Van Driel volwaardig lid van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland. In mei 2005 is door de regionale verenigingen gezamenlijk een landelijke vereniging opgericht, de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN). VAAN is een hoogwaardige specialisatievereniging. Tot het lidmaatschap worden uitsluitend ervaren arbeidsrecht advocaten toegelaten die onder andere een, daartoe door VAAN erkende, specialisatieopleiding arbeidsrecht succesvol hebben voltooid en aantoonbaar jaarlijks opleidingen volgen. VAAN organiseert voor haar leden opleidingen, congressen en bijeenkomsten, waarbij onder andere actuele thema’s aan de orde komen.

VAAN is bedoeld als kwaliteitskeurmerk, als collegiaal overlegorgaan, maar ook als extern advies- en overlegorgaan voor bijvoorbeeld de politiek, de rechterlijke macht en de Nederlandse Orde van Advocaten.

Offerfeest en de schoolfotograaf, onterechte kritiek op de rechter

Op 10 juli 2017 heeft de Kantonrechter in Den Haag een vonnis gewezen in een zaak waarbij (de ouders van) minderjarige kinderen een schadevergoeding vorderden omdat zij niet op de schoolfoto stonden. Die uitspraak, waarbij € 500,00 schadevergoeding is toegekend aan de minderjarigen, heeft veel stof doen opwaaien. De boze reacties zijn niet van de lucht. Is dat terecht?

Ik schrijf dit stuk op basis van het vonnis. Wat in de kranten staat heb ik bewust buiten dit artikel gehouden. Het is vaak gekleurd en niet gebaseerd op feitelijk onderzoek. Helaas is er een toenemende tendens onder journalisten waarneembaar waar zij het woord van een persoon geloven zonder onderzoek te doen of dit feitelijk geobjectiveerd kan worden. Dat is een kwalijke ontwikkeling.

De leerlingen stelden dat de school had gehandeld in strijd met artikel 7 van de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Dit lijkt in de procedure niet onderwerp van debat te zijn geweest. De school lijkt zich vooral te hebben verweerd door te zeggen dat zij hebben geprobeerd de fout goed te maken. Maar daarmee lijkt al bij voorbaat erkend dat zij in strijd met de wet hebben gehandeld. De rechter overwoog immers: “Vooropgesteld wordt dat artikel 7 lid 1, aanhef en onder c van de Awgb van toepassing is op de Stichting en haar rol bij de komst van de schoolfotograaf naar de school. Dat is tussen partijen ook niet in geschil.” Daar kan de rechter dan niet meer aan voorbij gaan, het staat dan juridisch vast, ook als het juridisch onjuist is.

Feiten
In de kranten is veel geschreven over deze zaak. In de media is vooral de aandacht gelegd op wat de school allemaal heeft gedaan om het geschil op te lossen. In het licht van het vonnis kun je je afvragen of wat in de kranten heeft gestaan wel juist was.

Vast staat dat de schoolfotograaf kwam op de dag van het offerfeest. In de leerplichtwet staat dat leerlingen vrij mogen vragen wegens plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging. Wat men daar ook van vindt, die bepaling staat in de wet. Kennelijk heeft de school verlof verleend voor het offerfeest. Vast staat dan dat de kinderen zich aan de leerplichtwet hebben gehouden.

Omdat de fotograaf kwam op het offerfeest konden deze (Islamitische) leerlingen niet op de foto worden gezet. De school heeft gezegd dat zij de afspraak met de fotograaf heeft proberen te verzetten. De school kon dat echter niet onderbouwen. Dat is vreemd. Je zou denken dat je een verklaring kan krijgen van de fotograaf of dat er een e-mail is met een dergelijk verzoek.

De Stichting heeft de schoolfotograaf op een later moment terug laten komen om de kinderen waarvan nog geen individuele foto’s waren gemaakt, in de gelegenheid te stellen die foto’s alsnog te laten maken.
De school zegt dat er later alsnog klassenfoto’s zijn gemaakt door een amateurfotograaf. Dat kon zij echter niet bewijzen. Dat is vreemd, omdat de foto’s, volgens de school, per e-mail waren verstuurd aan de leerlingen. Zij had dan de e-mails met foto’s in het geding kunnen brengen. Dat is kennelijk niet gebeurd.

Juridisch
De school heeft erkend dat zij een verboden onderscheid heeft gemaakt. Vervolgens kon zij niet aantonen dat dit objectief te rechtvaardigen valt. Dat is juridisch ook heel lastig. Ook kon zij de door haar gestelde feiten waaruit moest blijken dat de gevolgen waren weggenomen niet bewijzen. De rechter kan dan niet anders dan tot het oordeel komen dat de school in strijd met de wet (onrechtmatig) heeft gehandeld.

Als vaststaat dat onrechtmatig is gehandeld moet worden vastgesteld of sprake is van schade. De rechter oordeelt dat de leerlingen in hun persoon zijn aangetast omdat zij ongelijk zijn behandeld (dat ongelijk behandelen is door de school niet betwist). Daarom kent zij een schadevergoeding toe van € 500,00. Dit is (naar haar aard) een subjectief oordeel. Immers valt niet te meten in geld hoe erg je in je persoon, in je waardigheid, bent aangetast. Daar kun je oneindig over discussiëren. Maar de rechter hakt een knoop door en daarmee is de kous af.

Wat ging mis?
In mijn ogen heeft de school ten onrechte erkend dat zij in strijd met artikel 7 AWGB heeft gehandeld. Artikel 7 ziet op de toegang tot onderwijs. Scholen mogen geen onderscheid maken in het aanbieden van hun onderwijs diensten. Dat blijkt omdat bijvoorbeeld in lid 2 staat dat bij de toelating tot onderwijs scholen die bijzonder onderwijs aanbieden wel leerlingen mogen weigeren op basis van geloofsovertuiging. Ik vind het een te ver gaande oprekking om ook het maken van schoolfoto’s onder dat artikel te laten vallen. Daar is de wetgeving in mijn ogen niet voor bedoeld.

Indien verweer was gevoerd op dat punt had de zaak in mijn ogen anders af kunnen lopen. Maar de kritiek op de rechtbank is in mijn ogen niet terecht.

Beslagvrije voet?

Wanneer een schuldeiser een titel heeft (meestal een vonnis) om beslag te leggen dan kan ook beslag worden gelegd op uw salaris. Dat kan vergaande gevolgen hebben. Immers heeft u het salaris nodig om uw vaste lasten te betalen en eten te kopen. Ik noem maar even twee belangrijke dingen.

Omdat uw inkomen zo wezenlijk is, is het bedrag waarvoor beslag op uw inkomen mag worden gelegd beperkt. Die beperking zit hem in een deel van uw inkomen waarop nooit beslag mag worden gelegd. Dat is echter niet eenvoudig om te berekenen. Om die reden is er nu door de overheid een tool online gezet om u te helpen. Wellicht kunt u via deze tool een antwoord krijgen op de vraag hoe hoog (of laag) voor u de beslagvrije voet nu is. U kunt de tool vinden via http://www.uwbeslagvrijevoet.nl/.

Een partij die beslag legt is verplicht om rekening te houden met de juiste beslagvrije voet. Zorg daarom dat u weet welke beslagvrije voet voor u van toepassing is.

Lastenverzwaring onder het mom van werknemersbescherming dit kabinet blinkt er in uit

Lastenverzwaring onder het mom van werknemersbescherming
dit kabinet blinkt er in uit

De WWZ is een slecht doordacht plan en blijkt in de praktijk contraproductief. Dat viel te verwachten en schrijvers met oog voor de praktijk van het arbeidsrecht hebben dat al jaren voorspeld. Een van de problemen is het zogenaamd slapend dienstverband. Sinds de invoering van de WWZ moeten werkgevers aan werknemers die na twee jaar ziekte worden ontslagen de transitievergoeding betalen. Voor veel MKB-ondernemers een forse last. In de praktijk worden deze werknemers daarom niet ontslagen, maar blijven in loondienst, echter zonder dat er een verplichting is om het loon nog te betalen. Het zo genoemde slapende dienstverband.

De minister noemde deze praktijk van de slapende dienstverbanden onfatsoenlijk. De rechter vond het echter niet ernstig verwijtbaar. Daarmee is het slapende dienstverband voorlopig bon ton. De werknemer zit dus na twee jaar ziekte vaak met lege handen en een slapend dienstverband thuis. Dat is niet de schuld van de werkgevers, maar het gevolg van falende slecht doordachte bezuinigingswetgeving uit Den Haag. Maar nu is in Den Haag de oplossing in de maak: EEN LASTENVERZWARING VOOR WERKGEVERS. Die betalen immers nog niet genoeg voor werknemers.

Het idee is namelijk om het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) in te zetten om de transitievergoedingen te betalen aan de werknemers die langer dan twee jaar ziek zijn geweest. Dat lijkt mooi, en voor werknemers is het dat ook wel, maar het betekent wel dat alle werkgevers meer lasten gaan betalen. Den Haag kennende zal dit een mooi verdienmodel worden waarbij de totale premie de hoogte van de totale transitievergoedingen overstijgt. KASSA! Werkt het niet dan komt er vast een slimme ambtenaar die bedenkt dat je ook uitzonderingsbepalingen kunt opnemen op grond waarvan het fonds niet hoeft uit te keren aan de werkgever. DUBBEL KASSA!

Dit is natuurlijk voor de schatkist een veel voordeliger oplossing dan een bepaling in de wet waar de werknemer na twee jaar ziekte geen recht meer heeft op een transitievergoeding. Hetgeen een veel praktischer oplossing zou zijn omdat:
1 het werknemers motiveert om te re-integreren
2 de transitievergoeding geen nut meer heeft omdat het doel om de werknemer een potje te verschaffen om zijn arbeidsmarktmogelijkheden te vergroten niet kan worden gehaald. Veel werknemers hebben immers na twee jaar ziekte geen arbeidsmarktmogelijkheden meer, laat staan dat die te vergroten zijn. Denk bijvoorbeeld aan de treurige situatie van terminaal zieke werknemers.
3 het recht doet aan werkgevers die toch al heel veel geld kwijt zijn aan zieke werknemers (zo maar € 250,00 per ziektedag) die moeten re-integreren.

Het doel van de WWZ was het bevorderen van vaste dienstverbanden. De WWZ bereikt het tegenovergestelde. Het bovenstaande relaas is illustratief voor het falen van deze wetgeving. Werkgevers zijn nu nog terughoudender met vaste dienstverbanden. Dat valt ze niet te verwijten, de risico’s van vaste dienstverbanden zijn immers groter geworden, met name voor het MKB, de grootste werkgever van Nederland.

Teleurstelling voorkomen? Zoek een goede advocaat

TELEURSTELLING VOORKOMEN? ZOEK EEN GOEDE ADVOCAAT!

Ik krijg regelmatig op elkaar lijkende vragen:
Waarom goede rechtsbijstand van belang is? Wat rechtvaardigt het uurtarief van een advocaat, want ik mag toch ook zelf procederen bij de kantonrechter?

Onderstaand een reactie van een eiser aan mijn cliënt, na de uitspraak in een procedure bij de kantonrechter die hij begon tegen mijn cliënt:

“Gefeliciteerd met de uitslag van de rechtbank, de rechter heeft een uitspraak gedaan over een geschil wat niet tussen ons bestond.
Het geschil tussen ons was of u de overeenkomst op kon zeggen volgens het consumentenrecht waar u op doelde en niet of er wel of niet een overeenkomst was, het zij zo, recht hebben en recht krijgen is niet hetzelfde in Nederland.” Bovenstaande klacht zal rechters ook wel bekend voorkomen, maar is (in ieder geval hier) niet terecht.

Waar ging het mis? De eiser of zijn gemachtigde (geen advocaat) had niet gecheckt of er wel een overeenkomst was op basis waarvan mijn klant moest betalen. Een bekwaam advocaat doet dat wel. Het had deze eiser veel geld en teleurstelling in het rechtssysteem gescheeld als hij een bekwaam advocaat had gevraagd of zijn eis kans van slagen had.

Om het heel simpel uit te leggen, bovenstaande zaak in andere woorden: Eiser klaagt erover dat de rechter niet heeft geoordeeld over zijn vraag of mijn klant een fiets op tijd heeft teruggegeven, maar in plaats daarvan over de vraag of eiser mijn klant in de eerste plaats wel een fiets had gegeven.

Voor de zekerheid, de zaak ging natuurlijk niet over een fiets.

Mag Ziggo eerder incasseren?

Op 15 maart 2016 heeft Ziggo bij al haar klanten de automatische incasso uitgevoerd voor haar facturen. Voorheen deed Ziggo dat altijd (rond) de 22ste van de maand. Ziggo heeft de betaaltermijn daarmee met een week verkort, zonder dat zij haar klanten daarover vooraf, laat staan tijdig heeft geïnformeerd. Mag Ziggo dat?

Om antwoord te geven op die vraag moet gekeken worden naar de toepasselijke voorwaarden. In de algemene voorwaarden bij voormalig UPC klanten staat in de algemene voorwaarden:
“Als u gebruik maakt van automatische incasso, dan incasseert Ziggo het factuurbedrag binnen de termijn die is aangekondigd op de factuur. U kunt uw factuur inzien in Mijn Ziggo op ziggo.nl/mijnziggo De facturen zijn alleen toegankelijk met uw persoonlijke toegangscode en zijn na plaatsing 12 maanden beschikbaar. Als u facturen uit een verder verleden wilt bekijken, kan Ziggo daarvoor kosten in rekening brengen. Voor meer informatie over Mijn Ziggo kijkt u op ziggo.nl”

In principe hebben de klanten daarom afgesproken dat Ziggo bepaalt wanneer de factuur wordt afgeschreven van de bankrekening. In beginsel mag Ziggo daarom de factuur eerder afschrijven.
In artikel 6:233 BW is echter bepaald dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is indien dat beding gelet op alle omstandigheden van het geval onredelijk bezwarend moet worden geacht. Daarbij wordt met name gekeken naar de wederzijds kenbare belangen van partijen. Op het moment dat een beroep wordt gedaan op het beding.

In sommige gevallen kan het beding van Ziggo daarom vernietigbaar zijn. Als consument heeft u immers een belang om aan uw verplichtingen te kunnen voldoen en uw financiële planning te maken. Daarbij speelt ook mee dat Ziggo al jaren incasseerde rond de 22ste van de maand. Van algemene bekendheid is dat het salaris van veel mensen rond de 20ste van de maand wordt betaald. Dat betekend dat voor veel mensen aan het einde van de loonperiode het geld op is en in die loonperiode de factuur van Ziggo al eens was geïncasseerd. Hierdoor kan iemand in de problemen raken. U kunt er dus belang bij hebben dat Ziggo niet eerder gaat incasseren. De vraag is welk redelijk belang Ziggo heeft om een week eerder te incasseren, behoudens een snelle injectie van liquide middelen (contant geld).

Verder speelt ook mee dat voor de inhoud van een overeenkomst bepalend is wat partijen redelijkerwijs van elkaar mogen verwachten, mede op basis van de gewoonte en de redelijkheid en billijkheid. Dit staat in artikel 248 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Niet valt uit te sluiten dat Ziggo uiteindelijk handelt in strijd met de overeenkomst. De vraag is wie de middelen heeft en wil aanwenden om dit bij een rechter te laten toetsen. Ik sta u daar graag in bij.